‘Een goede dienaar is het hoogste wat een mens kan zijn’

Fred Matser was al vroeg financieel onafhankelijk. Sindsdien doet hij zijn naam eer aan door de arme medemens te matsen. ‘Bedenk dat je op je sterfbed meer hebt aan liefde dan aan winst.’

Kopje thee?’, roept Fred Matser vanuit de keuken. Hij zet de waterkoker aan en trekt een kastje open. Een kopje thee, dat lukt wel, een cake bakken niet. Matser is niet het type dat met plezier een schort omknoopt, er zeven spatels in verstopt en dan een leuke zondag heeft. Hij is eerder iemand die een staafmixer oppakt en ergens anders neerlegt. Dan gaat hij in de woonkamer een boek lezen. ‘Je hebt mannen die kunnen koken en mannen die eten kunnen klaarmaken’, grapt hij, terwijl het theezakje van het touwtje breekt en in het kokende water valt. Hij glimlacht. ‘En ik rommel gewoon aan met de thee.’ Matser woont in Amsterdam, maar we ontmoeten hem in het vroegere kantoor van zijn stichtingen, in een monumentaal dorpje in de Vechtstreek. Daar gooit hij een chocoladereep op tafel. ‘Ik ben opgegroeid in alle brave plaatsjes: van Hilversum naar Huizen en via Genève terug naar Bilthoven. Eigenlijk zijn het reservaten waarin de bewoners elkaar graag bevestigen. Het is een logisch patroon van de hersenen: mensen omringen zich met mensen die ze al kennen, bijvoorbeeld van de hockeyclub, en waar ze een veilig gevoel bij hebben. Zo gaat dat ook bij mij. Maar het is schijnveiligheid, een soort bordkarton. Zo ontstaat rangorde. De eigen groep wordt vaak boven de andere groep geplaatst, dus blijven ze bevestiging bij elkaar zoeken in plaats van een biertje te gaan drinken met iemand die van sjoelen houdt. Of van sportvissen, zoals ik nu met mijn zakje thee moet doen.’ Hij lepelt de kruiden behendig uit het water. ‘Alsjeblieft, misschien wat sterk geworden.’

U hebt een rijke carrière achter de rug. Zakelijk, maar vooral als spiritueel inspirator. Even kort zakelijk beginnen?
‘Prima, hoor. Na mijn middelbareschooltijd ben ik direct in het projectontwikkelingsbedrijf van mijn vader begonnen. Hij was ziek geworden en wilde dat ik hem snel zou opvolgen. In de jaren zestig deed je zoiets gewoon, of je het nou leuk vond of niet. In het begin gooide ik er met de pet naar, want ik wilde met mijn vrienden tot laat de kroeg in. Dan zat ik weleens met een kater op kantoor.’

Toch werd u al op jonge leeftijd ceo van Johan Matser Projectontwikkeling. U kreeg er plezier in?
‘Ja, ik vond het leuker worden, dus heb ik mijn makelaarsdiploma gehaald en een bachelor economie. Op mijn 26ste gaf ik leiding aan zo’n 150 werknemers. We ontwikkelden onder meer winkelcentra, kantoren en het voetbalstadion Galgenwaard in Utrecht. Maar op een bepaald moment had ik het wel gezien. En eerlijk gezegd: het geld was al verdiend. Ik zag dat de wereld in brand stond en wilde helpen. Toen heb ik via Norbert Schmelzer (oud-KVPminister, red.) het telefoonnummer van Guup Krayenhoff (destijds voorzitter Rode Kruis Nederland, red.) gekregen en hem gevraagd of ik vrijwilligerswerk in Genève kon doen.’

Rigoureus. Waarom in Zwitserland?
‘Ik was verwoed skiër en heb veel affiniteit met de bergen. Bovendien wilde ik verder kijken dan de brave dorpjes in Nederland. Ik kreeg de kans om meteen leiding te geven aan een programma dat wereldwijd kindersterfte als gevolg van uitdroging en diarree moest bestrijden. Begin jaren tachtig gingen daar jaarlijks zo’n 5 miljoen kinderen aan dood. En de oplossing was zo simpel: als we die kinderen een mengsel van water, suiker en zout gaven, overleefde 90 procent het. Ik wist niet wat ik hoorde.’

Maar niemand greep toen in?
‘Nee, want de oplossing bestond uit natuurlijke producten die spotgoedkoop waren. Je kon er geen octrooi op vestigen en tegelijk bestond de afzetmarkt uit de armste bevolking ter wereld. Er kon niets aan worden verdiend, dus wie zou het een zorg zijn? Beschamend. Wij hebben met ons programma bij gedragen om de jaarlijkse kindersterfte als gevolg van uitdroging onder het miljoen te brengen.’

Na drie jaar zat het werk in Zwitserland erop en werd u fulltime filantroop. Wat drijft u?
‘Ik heb net als ieder ander mens het leven gekregen. Dat is iets groots. Wat zeg je als je iets krijgt?’

Dankjewel?
‘Ja, dat is wel aardig. Ik ben dankbaar. Het is voor mij dus heel normaal om iets terug te geven. Kijk, eigenlijk zijn we allemaal aandeelhouder van de bv Aarde. Iedereen, niemand uitgezonderd, neemt deel aan de zwaartekracht. Die is aan ons met elkaar gegeven. Maar zo veel mensen willen beter zijn dan een ander en zodoende ontstaat er competitie. Maar de een kan niet beter zijn dan de ander! We zijn gelijken. We kunnen alleen beter zijn dan we gister waren. Ik zeg daarom: let’s not compete, let’s compare with share, in order to share with care. Het gaat niet om verdienen, het gaat om dienen.’

U staat in de Quote 500, u hebt makkelijk praten.
‘Ja, dat is zo. Al weet ik ook hoe het is om weinig geld te hebben. Toen ik na school aan het werk ging had ik geen vet salaris. Ik woonde in een klein flatje en waste mijn kleren onder de douche. Jaren later heb ik inderdaad veel geld verdiend. Maar ik doe nog steeds aan droogtraining, wat wil zeggen dat ik bewust nadenk over hoezeer ik afhankelijk ben van geld. Ik denk dat ik met een modaal salaris niet minder gelukkig zou zijn. Daarom wil ik mijn geld inzetten om een functionele gedragsverandering te helpen realiseren. Ook al gaat het in kleine stapjes, het zou mooi zijn om mensen terug te brengen naar hun hart.’

UNIVERSITEIT VOOR VOELEN

Kleine onderbreking. De mobiele telefoon van Matser gaat. ‘Deepak? I’m in a conversation.’ Deepak is Deepak Chopra, de wereldwijd bekende spiritueel leider. Matser kent hem goed en werkt regelmatig met hem samen aan projecten en conferenties. ‘Call you back later.’

In hoeverre heeft het zakenleven een hart?
‘Niet zozeer. Stel: jij runt een bedrijf en je zegt tegen je salesleider welke target hij moet halen. Je praat niet over de vraag of je de klanten gelukkig maakt. Want als jouw salesleider mensen gelukkig wil maken, kan hij dan zijn werk nog wel doen?’

Mensen moeten toch geld verdienen?
‘Zeker, daar is niets mis mee. Maar competitie sluit per definitie anderen uit. Dat komt doordat we zijn doorgeslagen in het denken ten koste van het gevoel. Op school leer je goed na te denken; dat is populair. Je leert je uit te drukken in woorden. Daarmee kun je communiceren, dus zakendoen en vergelijken wie er het best presteert.

Maar is er een universiteit voor voelen? Nee! Woorden en cijfers kidnappen het gevoel. Zeker in de huidige tijd met e-mail en telefoons raken we steeds meer gestrest. Ons hersenritme ligt enorm hoog. Alles moet snel en daardoor hebben we totaal geen rust om het hart te laten spreken en de ander in het hart te verstaan. Producten van ons denken die niet gefilterd zijn door ons hart riskeren als ongeleide projectielen in te slaan.’

Is voelen belangrijker dan denken?
‘Het kan niet zonder elkaar. Woorden en cijfers zijn instrumenten. Het woord vrede is maar een woord, het is niet de beleving van vrede. Dat geldt ook voor liefde. Het gevaar is dat we ons gevoel aborteren van het woord; dan wordt het harteloos. Maar we hebben wel het woord nodig om te begrijpen waar het om gaat.’

Klinkt zuiver Cruijffiaans. Waar gaat het in het leven om?
‘Ik geloof in het beleven van onconditionele liefde en ernaar te handelen.’

Is dat hetzelfde als geloven in God?
‘Je mag het elke naam geven, maar als je het een naam geeft, beperk je de beleving ervan. Een vriend van me zei ooit: “Als godsdienst beleefd wordt is het nooit onderwerp van discussie.” Pas als je erover debatteert, wordt het onderdeel van strijd, zoals oorlog. Dan krijg je dat je iemand iets gaat uitleggen of denkt dat jij het beter begrijpt dan de ander. Rangorde.’

Dan speelt het ego een rol. Hebt u een groot ego? ‘Nou, een gezond ego, natuurlijk. Als ik zo meteen op de foto ga, dan pak ik mijn verzameling bodywarmers erbij. Ik heb er tien liggen, dus dan moet ik de mooiste kiezen. Dat is een soort ijdelheid. Het is niet erg, het zit in de mens. Ik zal alleen nooit zeggen dat ik gelijk heb als we het over de zin van het leven hebben. We praten over mijn ervaringen en reflecties daarop, maar ik ben er niet om jou te overtuigen.’

U hebt een aantal paranormale ervaringen gehad, nietwaar?
‘Klopt. Toen ik in Zwitserland woonde werd ik door een vriend voorgesteld aan een Amerikaanse healer. Hij nodigde me uit voor een geweldig gezonde lunch: bruine rijst, heel veel groenten en een minuscule portie gecondenseerde nootmuskaat. Dat was een vondst van Jonas Salk, de beroemde dokter die het poliovaccin heeft ontwikkeld en indertijd ook over de vloer kwam bij deze Amerikaanse therapeut. Ik dronk er twee liter water bij. Daarna nam ik een heet bad. Ik kwam in mijn onderbroek de kamer weer in en kreeg een zeer diepe massage. Toen raakte ik zó ontspannen. Plots zei ik:

“Nelly (een vriendin, red.) heeft haar sleutelbeen gebroken. Ze heeft een ambulance nodig en is hier over een kwartier.” En ja hoor: Nelly stond een kwartier later met gebroken sleutelbeen voor de deur.’

Schrok u daarvan?
‘Nee, ik was totaal peaceful. Ik had kennelijk toegang tot een informatieveld waar het incident ook mee verbonden was. Alsof ik los van tijd en ruimte kon spotten. Ik heb door de jaren heen een aantal sessies gehad bij deze healer. Zo herinner ik me een middag waarin ik zó ontspannen was dat ik voor mijn gevoel ziljarden jaren weg was. En op een horloge duurde het maar tien seconden.’

Was dat niet gewoon een wegtrekker?
‘Mensen vragen ook weleens of ik stoned was. Nee, dat was ik niet. Vergelijk de ervaring met een orgasme: dat kan als het ware je lichaam overnemen. Maar bij een orgasme kun je wazig worden.

Dit was als een orgasme, maar dan kwadratisch vergroot en juist heel helder. Ik werd één met het heelal, maar tegelijkertijd was ik dat niet, want het “ik” viel weg. In het hele plaatje stelt het “ik” helemaal niets voor. Snap je het nog?’

SCHEPPENDE KRACHT

Even een luchtje scheppen kan geen kwaad. In de tuin lopen we langs een beeldje dat voor dankbaarheid staat. Verderop een roeimachine. ‘Die gebruik ik niet meer. Ik doe nog wel push-ups. Hoeveel? Zoveel als mijn leeftijd. Achter elkaar, ja. Op die manier train ik mijn wilskracht, elke ochtend na mijn stilteperiode.’

U mediteert elke dag?
‘Ik probeer het twee keer per dag te doen. Als mijn hersenritme lager is, kan ik dieper voelen. We hebben als mens de potentie om transcedent te leven. Dat wil zeggen: onszelf te overstijgen en in een werkelijkheid te treden die eindeloos veel rijker is dan wij nu, gevangen in ons lichaam, ervaren.

De hoogste graad van transcendentie vind je bij de allerlaagste graad van hersenactiviteit, en die is nul. In de dood ligt waarschijnlijk het hoogste bewustzijn.’

Maar dan voel je toch niets meer?
‘Dat is de vraag. Het is niet na te vertellen. Er zijn mensen hersendood verklaard die toch nog bleken te leven. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat zij exact konden navertellen wat er tijdens hun coma was gebeurd. In Amerika bestaat een database van 50.000 mensen die ervaringen uit andere levens tot in detail hebben beschreven. Ze kunnen er niet bij zijn geweest, maar de verklaringen kloppen wel.’

Gelooft u in reïncarnatie?
‘Ik kan het niet weten. Ik geloof alleen dat ik vanuit mijn hart wil leven. Als dat lukt, vallen me dingen in of toe die heel nuttig zijn, zowel in het eindige als in het transcendente.’

Vertel: wie fluistert u deze nuttige informatie in?
‘Het is een veronderstelling dat het iemand moet zijn. Het is het systeem van de scheppende kracht. Het komt van elders, maar heeft geen adres. Neem Mozart: waar kwam zijn muziek vandaan? Je kunt het niet aanwijzen.

Hij wist zich verbonden met een kracht – net als Einstein en wellicht jij ook wel – die hem informeerde. Ander voorbeeld. Als ik jou vraag: wie ben je en wat wil je? Dan kun je het niet aanwijzen. Je bent ontstaan uit een zaadje en een eitje, maar dat er daadwerkelijk leven en gevoel in jou is gekomen is toch een wonder? En dat hoeven we niet te begrijpen om toch dankbaar te zijn.’

LIEFDE BELEVEN

Even de schoenen vegen en weer naar binnen. De bodywarmer gaat uit. Matser schenkt nog een kopje thee in en gaat weer aan de keukentafel zitten. Ooit zat hij zo aan tafel met Michail Gorbatsjov, oud-president van de Sovjet-Unie. Ook hij is een goede vriend. ‘Ik heb hem leren kennen van ons gezamenlijke goededoelenwerk. Geweldige man. Hij heeft het voorwoord geschreven voor mijn boek over de beleving van onconditionele liefde.’

Wordt u eigenlijk weleens boos?
‘Niet zo heel vaak. Ik ben ooit vreselijk kwaad op mijn zusje geworden. Ik was aan de beurt op de schommel. Even voor de duidelijkheid: ik was vijf jaar oud. Goed, ik werd afgeleid, keek om en zag haar opeens op die schommel zitten. Ze wilde er niet vanaf. Toen heb ik haar in haar rug gebeten.’

Pardon? Lacht: ‘Nou, ik schrok van mezelf!’

U bent gelukkig weer in het reine gekomen. Bij hoeveel liefdadigheidsprojecten bent u betrokken geweest?
‘Och, ik denk meer dan duizend. Ik heb meerdere stichtingen opgezet die goede doelen ondersteunden – dat gaat van hulp aan vluchtelingen tot onderzoek naar alzheimer. Maar ik ben al ruim dertig jaar bezig, dus het valt wel mee.’

Heeft de mens een verplichting om anderen te helpen?
‘Ieder mens mag voor zichzelf bepalen of hij een ander wil helpen; daar ga ik niet over. Ik kan wel zeggen dat het niet alleen om het geld gaat. Soms schenken mensen opzichtig een groot bedrag op een benefietavond; dan kleeft er een soort ijdelheid aan. Het raakt mij als ik iemand zie die zelf weinig geld heeft, maar toch een tientje doneert. Het gaat om de intentie.’

Krijgt u graag waardering voor uw werk?
‘Ik ben niet op zoek naar waardering. Het lijkt me niet prettig als ik de krant opensla en er staat: goh, wat een goede vent, die Matser. Ik zou wat dat betreft liever lezen: goh, wat een leuke ideeën heeft die man.’

Tot slot. Welk advies hebt u voor andere Quote 500-leden?
‘Laat iemand anders voorgaan, gun mensen iets en denk eens rustig na over wat belangrijk is in de wereld. Je kunt je energie elke dag in je bedrijf stoppen, maar wat denk je een minuut voordat je sterft? Ging het om winst, om zakelijk de slimste te zijn? Of lag de zingeving in het diepe gevoel van liefde beleven?’

Matser kijkt naar zijn telefoon: wederom Deepak Chopra op het scherm. Hij legt uit dat ze samen een conferentie over pijnbestrijding voorbereiden. ‘Five minutes, okay?’ Hij hangt op en voegt op de valreep toe. ‘Ik sprak laatst een oude vriend van me, een hoogleraar, en ik vroeg hem: waar ben ik goed in? Het gezonde ego in mij hoopte op een hoge functie: burgemeester of minister. Maar hij zei: “Je bent een goede dienaar.” Dat was het beste antwoord. Een goede dienaar is het hoogste wat een mens kan zijn.’ Dan steekt hij zijn hand uit. ‘Als je me wilt excuseren; ik moet even iemand terugbellen.’

Bron: Quotenet.nl (december 2017)
Tekst: Onno den Hollander

Fred Matser (founder)

Fred Foundation was founded by Fred Matser in 1996 to contribute to the development of a more functional society. From a vision of interconnectedness of life and circular thinking.

Read more about Fred